“Ik heb net gegeten en heb nu alweer trek.”
Veel mensen denken dat dit komt doordat ze te weinig discipline hebben, mijn cliënten ook. Ze proberen minder te eten, tussendoortjes te laten staan en de honger te negeren.
Maar voortdurende honger is niet altijd een kwestie van wilskracht. Het kan ook betekenen dat je lichaam wel voldoende energie heeft opgeslagen, maar er niet goed bij kan.
Ons lichaam kan energie direct gebruiken of opslaan voor later. Insuline speelt daarbij een belangrijke rol. Na een maaltijd stijgt de insulinespiegel en schakelt het lichaam over op opslaan. Glucose wordt opgenomen en overtollige energie wordt opgeslagen. Tegelijkertijd remt insuline het vrijmaken van vet uit de vetcellen.
Dat is een normale reactie.
Het wordt een probleem wanneer de insulinespiegel door veel koolhydraten en veel eetmomenten steeds opnieuw wordt verhoogd. Het lichaam blijft dan in de opslagstand staan.
Je hersenen kijken niet alleen naar hoeveel energie je hebt opgeslagen. Ze reageren vooral op de brandstof die op dat moment beschikbaar is. Wanneer die hoeveelheid daalt, ontstaat honger. Niet omdat je lichaam geen energie heeft, maar omdat het niet goed bij de opgeslagen energie kan.
Een maaltijd met veel koolhydraten veroorzaakt een sterke insulinereactie. De energie uit de maaltijd wordt snel uit het bloed gehaald en richting verbruik en opslag gestuurd. Insuline blijft daarna nog enige tijd actief en remt ondertussen het vrijkomen van vet.
Daardoor kan na de maaltijd een tijdelijke daling ontstaan in de hoeveelheid brandstof die in het bloed beschikbaar is. De hersenen merken dat en geven opnieuw een hongersignaal af, ook al heb je voldoende gegeten.
Wanneer er snel energie nodig lijkt te zijn, vraagt het lichaam niet om voedsel dat langzaam wordt verteerd. Het zoekt naar een brandstof waarmee de beschikbare energie snel kan worden aangevuld, suikers dus.
Er ontstaat dus vaak trek in brood, koek, snoep of iets anders met veel koolhydraten. Die voedingsmiddelen verhogen de bloedsuiker snel, maar lokken opnieuw een insulinereactie uit.
Zo ontstaat een zichzelf herhalend patroon:
Je eet koolhydraten, insuline stijgt, energie wordt opgeslagen, de beschikbare brandstof daalt en je krijgt opnieuw trek in snelle koolhydraten.
Ook andere hormonen spelen een rol. GLP-1 wordt in de darm afgegeven en helpt om na een maaltijd een gevoel van verzadiging te creëren. Dit effect gebruiken ze bijvoorbeeld in Ozempic.
Leptine wordt gemaakt door vetweefsel en vertelt de hersenen dat er voldoende energie is opgeslagen. Bij leptineresistentie (wanneer het lichaam veel vet heeft opgeslagen) wordt dat signaal niet meer goed ontvangen. Er is dan wel voldoende energie aanwezig, maar de hersenen blijven zich gedragen alsof de voorraad onvoldoende is.
Insuline heeft een verzadigend effect op de hersenen, tenzij er sprake is van insulineresistentie dan reageren de hersenen minder goed op insuline en is het verzadigend effect er dus niet of nauwelijks.
Een dieet dat alleen gericht is op minder calorieën eten, verandert niet automatisch het patroon van telkens honger hebben.
De honger blijft aanwezig. Je kunt die een tijd negeren en jezelf steeds opnieuw dwingen om niet te eten, maar dat vraagt voortdurend wilskracht.
Veel mensen houden dit weken of maanden vol. Niet omdat de honger verdwijnt, maar omdat ze die steeds weer proberen te weerstaan. Op een gegeven moment wordt die voortdurende strijd te zwaar.
Dan wint je trek het van je wilskracht.
Ik kijk niet alleen naar hoeveel iemand eet, maar vooral naar wat voeding doet in het lichaam.
Wanneer insuline tussen de maaltijden voldoende kan dalen, kan het lichaam de opslagstand verlaten en vet uit de reserves vrijmaken. De energie die al aanwezig is, komt dan beschikbaar.
Veel mensen merken daardoor dat zij langer verzadigd blijven, minder behoefte hebben aan tussendoortjes en minder trek ervaren in zoet.
Niet omdat ze voortdurend hun honger onderdrukken, maar omdat hun lichaam niet meer de hele dag om nieuwe energie hoeft te vragen (foodnoise).
Honger is geen karakterfout. Het is een signaal van je lichaam. Wie alleen de honger bestrijdt, blijft tegen zijn eigen biologie vechten. Wie de oorzaak aanpakt, merkt vaak dat de honger vanzelf afneemt.
Ik help je graag de oorzaak aan te pakken.